onderscheid in pijnstilling maken ! ipv alle vergoedingen schrappen

Gast

nav wat ik vandaag meemaak deze dringende tip waardoor ik enorm benadeeld wordt. Jullie hebben blijkbaar alle paracetamol verwante pijnstilling afgeschaft bij vergoedingen. Ik begrijp het als dat gaat om de gewone paracetamol voor hoofdpijn e.d.,die is ook betaalbaar genoeg om zelf te kopen. Maar dure pijnstilling (en zwaardere ;parac./codeïne) die speciaal wordt voorgeschreven ivm een operatieve ingreep in de kaak en die 20 euro kost kun je niet in dezelfde categorie scharen ,dat is niet alleen onwetend ,maar ook enporm oneerlijk. Ik gebruik zelden medicijnen en zeker geen zware. Die heb ik nu toevallig een keertje nodig ivm chirurgische ingreep en mag ik zelf betalen ?! Het maakt me woedend ! Ik investeer enorm in mn gezondheid ,betaal zo veel premie en gebruik nooit iets en dan vandaag dit .... Hier moeten jullie echt nieuw beleid over maken zsm ,dit kan toch niet.....Echt verbijsterd....20 euro is voor mij heel veel en onverteerbaar weer deze zoveelste teleurstelling mbt Zilveren Kruis. Als er wat minder onzin wordt ondernomen in de vorm van apps e.d. en het noodzakelijke vergoed wordt is mijn tip.

onderscheid in pijnstilling maken ! ipv alle vergoedingen schrappen

1 ANTWOORD 1

Re: onderscheid in pijnstilling maken ! ipv alle vergoedingen schrappen

Community Manager

Hoi @Karlein,

 

Bedankt voor je tip. Ik heb het verplaatst naar het board over medicijnen. Je frustratie kan ik me voorstellen. Als je je best doet zo goed mogelijk in relatieve gezondheid te blijven, en er zijn dan kosten die niet worden vergoed dan kan dat tot vervelende, onverziene uitgaven leiden en oneerlijk aanvoelen. Je doet immers je best maar het wordt je niet makkelijk gemaakt.
 

Je punt over de vergoeding van paracetamol in grotere dosering en dat dat je teleurstelt in Zilveren Kruis begrijp ik ook, maar het beleid wordt bepaald door de minister, niet door Zilveren Kruis. Het Zorginstituut heeft in 2016 aan de minister een pakketadvies uitgebracht genaamd “Horen vitaminen, mineralen en paracetamol 1000 mg (nog) thuis in het te verzekeren pakket?” De seniorenorganisatie KBO-PCOB, het Expertisecentrum Pharmacotherapie bij Ouderen (Ephor) en de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP) hebben in december 2016 hun bezorgdheid aangegeven bij de minister over de conclusie van het pakketadvies van het Zorginstituut Nederland. De minister heeft uiteindelijk besloten het advies over te nemen. In de kamerbrief op 1 juni 2018 schrijft zij hierover:

 

Per 1 januari 2019 zullen vitaminen, mineralen en paracetamol waarvoor een gelijkwaardig of nagenoeg gelijkwaardig alternatief bestaat in de vrije verkoop niet meer worden vergoed vanuit het basispakket. Door deze maatregel komt ongeveer €40 miljoen per jaar vrij. Deze middelen zal ik onder andere inzetten om de andere (pakket)maatregelen mogelijk te maken.

 

Het Zorginstituut heeft op 13 december 2016 geadviseerd om deze middelen uit het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) te verwijderen. Dit advies heeft mijn ambtsvoorganger u reeds toegezonden op 21 december 2016 . Het gaat hier in veel gevallen om geneesmiddelen en voedingssupplementen die lage kosten met zich meebrengen; gemiddeld gaat het om €60 per patiënt per jaar. Bovendien gaat het om middelen die ook verkocht worden in de vrije verkoop, bijvoorbeeld bij een drogist. In dat geval zijn de middelen vaak aanzienlijk goedkoper, dit komt 3 Kamerstukken II 2016/17, 29689, nr. 797. Kenmerk 1355575-177357-Z Pagina 5 van 9 onder meer doordat een patiënt alleen betaalt voor de geneesmiddelkosten en er geen receptregelvergoeding van toepassing is. Doordat de kosten doorgaans lager uit zullen vallen dan het gemiddelde van €60, kunnen de kosten voor eigen rekening van de patiënt komen en hoeven om die reden niet vanuit een collectieve verzekering vergoed te worden. Het Zorginstituut is van mening dat deze middelen vanuit het oogpunt van noodzakelijk te verzekeren zorg niet thuishoren in het pakket.

 

Ik wil benadrukken dat de effectiviteit en medische noodzaak van het gebruik van deze middelen niet ter discussie staat. Zowel bij het Zorginstituut als bij VWS hebben partijen (patiëntenorganisaties en zorgverleners) hun zorgen geuit over het uitsluiten van deze middelen van vergoeding. Ik ga er vanuit dat patiënten en artsen het goede gesprek voeren om de juiste geneesmiddelen te kiezen en de therapietrouw te borgen. Daarbij zou de vergoedingsstatus geen invloed moeten hebben op het voorschrift van de behandelaar en het gesprek daarover met de patiënt. De behandelaar heeft de verantwoordelijkheid om geen zwaardere medicatie voor te schrijven dan nodig en om de patiënt uit te leggen waarom een geneesmiddel voorgeschreven wordt.

 

Ik denk dat de weg om dit beleid te veranderen in eerste instantie via een politieke partij verloopt die het op haar beurt weer kan aankaarten bij de minister.