Reserves: de spaarpot voor onverwacht hoge zorgrekeningen
Moderator ‎01-10-2015 13:25
Moderator

 “Zorgverzekeraars zitten op miljarden. Door die reserves in te zetten zou de premie omlaag kunnen en de zorg betaalbaar blijven.” Dat beweren journalisten, politici en vrienden nogal eens als ze in gesprek zijn met Jeroen Kemperman, senior manager en verantwoordelijk voor de strategie bij Zilveren Kruis. Jeroen legt uit hoe reserves ontstaan, waarom ze belangrijk zijn en hoeveel het is.

 

Bijgewerkt door de redactie op 20 april 2016

 

Hoe komen zorgverzekeraars aan reserves?
“Met het ontvangen premiegeld betalen zorgverzekeraars de zorgkosten van verzekerden en de kosten om het dagelijkse werk te doen. Als aan het einde van het jaar blijkt dat er geld over is, kijken zij of dat terug kan naar de verzekerden of toegevoegd moet worden aan de reserves.”

 

Zilveren Kruis heeft coöperatieve wortels. Dan is dat extra geld eigenlijk van alle verzekerden. Waarom krijgen zij dit niet altijd terug?
“Een flink deel van de reserves is in 2015 en 2016 teruggegeven aan klanten. Voor de klanten van Zilveren Kruis (en de andere zorgmerken van Achmea) was dit 290 miljoen in 2015 en bijna 400 miljoen in 2016. Niet alles kan terug naar de verzekerden. Een zorgverzekeraar moet grote financiële risico’s kunnen opvangen. Daarom is er altijd een buffer nodig. Dat is zelfs wettelijk verplicht. Er gaat in zorgverzekeringen namelijk veel geld om. En het ligt nooit stil. Per jaar komt ongeveer 11 miljard euro aan premiegeld binnen bij Achmea voor Zilveren Kruis. Meer dan 95% van het geld wat binnenkomt voor de basisverzekering gaat op aan zorgkosten en na aftrek van de beheerkosten komt gemiddeld minder dan 2% in het ‘huishoudpotje’: de reserves.”

 

Dat is nog steeds een flink bedrag. Heeft Zilveren Kruis inmiddels niet een (te) luxe buffer voor financiële tegenvallers?
“Op dit moment bedragen de totale reserves van Zilveren Kruis ongeveer 2,65 miljard euro. Daarvan is 1,67 wettelijk verplicht. Dat is een hoop geld, maar geen overbodige luxe als je weet dat we elke maand bijna 1 miljard euro aan zorgrekeningen van verzekerden betalen. Ter illustratie: de reserves zijn net genoeg om iedere verzekerde één dag extra in het ziekenhuis op te nemen.  

 

Worden deze geldstromen gecontroleerd door een onafhankelijke toezichthouder?
“Uiteraard. De Nederlandsche Bank controleert zorgverzekeraars op voldoende reserves. Het wettelijk minimum is genoeg om iets minder dan acht weken zorgrekeningen te kunnen blijven betalen. Met een kleinere buffer komt de zorgverzekeraar onder verscherpt toezicht, dus een beetje speling geeft wel rust. Bij Zilveren Kruis is de totale reserve voldoende om niet acht maar dertien weken vooruit te kunnen. Dat is niet heel ruim.”

 

Er is dus een minimum, maar is er niet ook een maximum? Is er niet een norm hoeveel je mag bufferen?
“Nee, daar is geen maximum voor. Maar in de praktijk zie je wel degelijk plafonds. Dat kan ook niet anders. Want er hoeft niet onnodig veel geld op de plank te liggen. Zorgverzekeraars zetten waar mogelijk reservegeld in voor het betaalbaar houden van de premie. Dat heeft Zilveren Kruis bijvoorbeeld gedaan in 2015 en 2016, waardoor de premiestijging beperkt bleef ondanks flink hogere zorgkosten.”

 

De buffer groeit elk jaar. Komt er dan niet een moment dat er iets van de buffer terug kan vloeien naar de verzekerden?
“Ja, dat gebeurt ook, zolang het verantwoord is. In 2015 is de premie nauwelijks gestegen,  en in 2016 is de premiestijging beperkt ondanks weer hogere zorgkosten en een uitgebreid basispakket. Dit was mogelijk door in deze jaren in totaal circa 690 miljoen van de reserves terug te geven aan onze klanten, verrekend in de premie.”