Hoofdluis: voorkomen is beter dan genezen

Hoofdluis: de meeste mensen krijgen al kriebel bij het idee. Helaas komt het nog steeds vaak voor. Jaarlijks heeft ruim tien procent van de basisschoolkinderen er last van. Maar school is niet de enige plek waar je luizen kunt oplopen: ook op de voetbalclub, de turnvereniging en de scouting kan er een uitbraak zijn. Of je krijgt ze simpelweg door het maken van een selfie met iemand die luizen heeft. Wat kun je dan doen om hoofdluis te voorkomen? We zetten de beste tips voor je op een rij.

 

Hoofdluizen zijn parasieten die leven van mensenbloed. Ze zijn grijsblauw van kleur en wanneer ze zich hebben volgezogen met bloed worden ze roodbruin. Luizen verstoppen zich graag tussen de hoofdharen, op warme plekjes. Zo zitten ze vaak achter de oren, in de nek of onder een pony.

 

Overlopen
Het vervelende aan luizen is dat ze zich snel vermenigvuldigen. Een volwassen luis leeft zo’n dertig dagen en legt in die tijd meer dan honderd eitjes. Dit zijn neten, kleine bolletjes met een wittige, gelige kleur. Neten lijken een beetje op roos, met het verschil dat roos los op het hoofd zit en dat neten vastkleven aan de haren. De neten komen meestal na een dag of zeven uit, waarna ze zich volzuigen en voortplanten.

 

Veel mensen denken dat luizen kunnen vliegen of springen. Dat is niet waar. Luizen lopen over – van hoofd naar hoofd. Ze klemmen zich met hun pootjes vast aan haren en vezels en kunnen een afstand van dertig centimeter per minuut afleggen. Omdat deze kriebelbeestjes zich razendsnel verspreiden én voortplanten, is het dus belangrijk voorzorgsmaatregelen te nemen bij een luizenuitbraak.

 

Luizencontrole

Op de meeste basisscholen wordt met enige regelmaat een luizencontrole uitgevoerd. Vooral na de schoolvakanties is de kans op een luizenuitbraak groot. En niet alleen op school komt hoofdluis voor. Op iedere plek waar mensen samenkomen en samenleven, bestaat de kans om luizen te krijgen. Denk aan volle bussen of treinen, logeerpartijtjes, sportverenigingen en clubs. Ook bij het maken van een selfie of wanneer iemand je een stevige knuffel geeft, bestaat de kans dat luizen overlopen. Dit maakt het erg moeilijk om hoofdluis te voorkomen.

 

Voorkomen
Gelukkig zijn er wel een aantal kleine dingen die kunnen helpen. Natuurlijk ben je dan niet gegarandeerd veilig voor deze vervelende bezoekers, maar met voorzorgsmaatregelen is niks mis.

 

1. Heb je lange haren? Draag ze dan in een knot. Loshangende haren, staarten of vlechten komen eenvoudiger in aanraking met het haar van een ander waardoor luizen vlug kunnen overlopen.

 

2. Controleer regelmatig of iemand thuis luizen heeft. Het liefst wekelijks, maar als dat niet haalbaar is – op z’n minst aan het eind van iedere vakantie. Kam de haren uit met een luizenkam/netenkam, om er zeker van te zijn dat jij en je kind hoofdluisvrij zijn.

 

3. Is er hoofdluis in jouw omgeving geconstateerd, maar heb jij er nog geen last van? Sommige mensen zweren dan bij een preventieve spray. Zo’n spray zou luizen afschrikken, waardoor ze jouw hoofd het liefst vermijden. Het is alleen (nog) niet duidelijk of dergelijke sprays echt werken.

 

4. Gebruik gel of haarlak. Uit onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt dat mensen die gel of haarspray gebruiken, minder vaak luizen oplopen dan mensen die dit niet doen. De hoofdluis zou uitglijden op de gladde haren vol gel, waardoor hij het niet redt om naar boven te klimmen.

 

Heb jij nog andere tips om hoofdluis te voorkomen? Deel je ervaring hieronder. We zijn benieuwd!

3 Opmerkingen
Marijan
N/A
Als het toch mis gaat en je kinderen krijgen toch luizen, koop dan geen dure middeltjes maar smeer je haren in met bier, knoop een plastic zak over je haren en een handdoek. Tijdje laten zitten daarna uitspoelen. Een paar dagen herhalen en je bent van de luizen af en je haar is glanzend mooi.
N/A
Moderator
Moderator

Bedankt voor het delen van jouw tip @marijan! De veelzijdigheid van bier blijft mij verrassen Smiley Vrolijk. Is het dan nog van belang wat voor bier je gebruikt?

 

@Divera  Duidelijk artikel ook van het RIVM. Bedankt voor het delen. 

 

Groet,

 

Jan