Gemeenten hebben handen vol aan nieuwe zorgtaak Wmo
Moderator ‎11-03-2015 10:22
Moderator

Veel mensen die ondersteuning nodig hebben om thuis te kunnen blijven wonen, krijgen in 2015 te maken met de overheveling van hun zorg naar de gemeente. Begrijpelijk dat dit bij sommigen onrust veroorzaakt. Waar kan ik nu terecht met mijn zorgvraag? En krijg ik nog alle zorg die ik gewend ben?

 

Met de invoering van de vernieuwde Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo) per 1 januari 2015 komen meer zorgtaken terecht bij gemeenten. Het gaat om taken voor ondersteuning van mensen die thuis wonen met een beperking of psychische problemen. Dit verliep voorheen via de AWBZ. Idee is nu dat iedere gemeente zelf bepaalt hoe ze deze ondersteuning voor haar inwoners regelt. Door dit op lokaal niveau te organiseren, is de verwachting dat de zorg beter past bij de persoonlijke situatie van het individu. Een omvangrijke en ingrijpende operatie die niet vlekkeloos verloopt.

 

Onzekerheid

“Zo sprak ik onlangs een bezorgde moeder,” vertelt een medewerker van de klantenservice bij Zilveren Kruis. “Zij wacht nog steeds op meer duidelijkheid over de betaling van de professionele begeleiding van haar autistische zoon.” Door opsplitsing van de AWBZ ligt die zorgtaak namelijk niet langer bij het Zorgkantoor maar bij de gemeente. Deze instanties moeten hiervoor stapels dossiers uitwisselen en opnieuw beoordelen. Dat kost veel tijd. “Intussen zijn we al een paar maanden in het nieuwe jaar, maar weet deze moeder nog niet of zij de zorg voor haar zoon op de oude manier kan voortzetten. Gelukkig is de zorgverlener bereid langs te blijven komen totdat meer duidelijk is, ondanks onzekerheid over zijn betaling.”

 

De goede kant op 

Het lokale bestuur werkt hard om zich goed te organiseren voor haar nieuwe zorgtaak, om onhandige en belastende situaties, zoals het bovengenoemde voorbeeld, te voorkomen. Daarvan is Ellen van der Vorst, strategisch adviseur gemeenten bij Zilveren Kruis, overtuigd: “Eind 2014 was in de pers en onder cliënten veel onrust of de gemeenten wel op tijd klaar zouden zijn voor de uitvoering van de Wmo. Maar ik zie dat het de goede kant op gaat: gemeenten weten wat ze moeten doen en maken afspraken met plaatselijke zorginstanties om goede zorg te (blijven) verlenen. Zij zitten namelijk ook niet te wachten op vervelende situaties.”

 

Tegelijkertijd heeft Ellen ook oog voor de zorgen van veelal kwetsbare mensen die geraakt worden door de veranderingen en nog niet precies weten waar zij aan toe zijn. “Gemeenten hebben met iedere cliënt die overgaat naar de Wmo een persoonlijk gesprek. Meestal organiseren zij dit via wijkteams. Maar niet elke gemeente is er in geslaagd om om alle cliënten te spreken voor de start van het nieuwe jaar. In dat geval behoudt de cliënt tot het gesprek plaatsvindt gewoon dezelfde zorg en ondersteuning. Wel kan het zo zijn dat die zorg al door een andere zorgverlener wordt verleend. Ik begrijp dat dat vervelend is als je hecht aan een vertrouwd gezicht. Het gaat immers om zorg die vaak gedurende lange tijd intensief wordt gegeven.”

 

Wil je meer weten over de Wmo en de veranderingen in de langdurige zorg, kijk dan op zilverenkruis.nl/langdurigezorg of de website van jouw gemeente.

 

365x290-WMO_blog_thumb.jpg